Geschiedenis

Hoe de vroegste geschiedenis van Laverna te schrijven?

Van echte geschiedenis is pas sprake als er een verjaardag wordt gevierd. De dies van Laverna is 18 januari, toen het eerste bestuur besloot dat Laverna moest bestaan, maar de werkelijke oprichting vond enkele maanden later plaats, in juni 1993. Het idee voor een vereniging die de studenten klassieke talen en latinistiek in eendracht moest verbinden was voortgekomen uit een gesprek bij CREA, dat zich toen nog op het Turfdraagsterpad bevond, om de hoek bij het Klassiek Seminarium aan de Oude Turfmarkt. Marcela van Niekerk (begonnen aan de studie GLTC in 1992) en ondergetekende (1991) waren de bedenkers van wat een bloeiende vereniging zou worden. Marijke Ottink en Eline Tuijn behoorden tot de eerste bestuursleden. Daarna werden de plaatsen in het driehoofdig bestuur bezet door Mathieu de Bakker, Laura Rietveld en Antoinette Doekes.

De verdere ontstaangeschiedenis, de naamgeving door het vallende potlood heb ik eerder toegelicht bij het vierde lustrum van het dispuut – zoals het aanvankelijk genoemd werd – een betoog dat is gepubliceerd in WAU 28.2 (2013) 11-17 [linkje leggen?]. Met de beschrijving van de geschiedenis van Laverna is in die tijd ook een begin gemaakt met het lustrumboek, met daarin de Fasti Lavernales, een overzicht van alle bestuursperioden. Wie de vroegste geschiedenis van Laverna wil beschrijven, kan beginnen bij deze bronnen. Daarnaast bestaat er mogelijk ook nog een zak, waarin het vroegste archiefmateriaal zich bevindt of bevonden heeft. Van deze zak heb ik al sinds het vierde lustrum niets meer gehoord, en ook toen was de verblijfplaats ofwel onbekend ofwel geheim. Zelf heb ik weinig materiaal meer in mijn bezit, juist vanwege het bestaan van de zak, waar alles in is verdwenen. Wel heb ik nog enig metamateriaal in mijn boekenkast.

Een van die metamaterialen, of Lavernioonse paratext volgens de narratologie, zijn teksten die verschenen zijn in de tijd dat Laverna jong was. In de vroege jaren negentig bestond er een jaarboek dat werd gemaakt door studenten van de vijf GLTC opleidingen in Nederland, Memento genaamd. Hierin werden, naast een gedeelte met artikelen, lijsten opgenomen van allerhande handige zaken, zoals de rubriek ‘Wie woont waar?’ – met alle adressen van klassieke talen studenten in Nederland. Dit blad was een onmisbaar medium in tijden dat buiten het Pentagon het internet nog niet bestond. In latere edities (de almanak bestond tussen 1992 en 1997), wordt de doelstelling van Laverna genoemd in de afdeling Klassieke Zaken: ‘De sociale en culturele, in het bijzonder de klassieke vorming van haar leden door het organiseren van activiteiten van allerlei aard alsmede het stimuleren van haar leden de klassieke geest uit te dragen’. De derde editie noemt 21 leden, en de daarnavolgenden steeds 40.  

Laverna, temidden van Boreas (opgericht in Groningen in 1922, in 1982 omgedoopt tot KOM en in 1996 tot Boreas), E.D.E.P.O.L. (Leiden 1970), M.F. (Leiden 1913) en Sodalicium (Nijmegen 1929), is niet de jongste vereniging in die tijd: er bestaat ook het landelijke Podessi (1994), met zes leden, dat als doelstelling heeft ‘Het vormen en uitdragen van de homoseksualiteit in Klassiek Nederland’. De formules ‘vormen’ en ‘uitdragen’ lijken regelrecht gestoeld op Laverna’s voornaamste doelen, waarmee de jonge Vrouwe al vroeg naam heeft gemaakt.

De vorm van het driehoofdig bestuur hield in ieder geval in de eerste periode, tot en met het eerste lustrum, stand. Regelmatig verschijnen er in de WAU overzichten van activiteiten, zoals – ik sla het nummer bij toeval open – de rubriek ‘Lavernae nova veteraque‘ van Doekes en De Bakker in WAU 16.1 (1995) 19. Het bestuur onder leiding van Matthias Haentjens en Jacqueline Klooster kondigen een lustrumviering aan in WAU 18.1 (1997) 33, waarbij onder andere de naam L.A.V.E.R.N.A. net als haar Leidse zusterdisputen van punten voorzien dient te worden. Nadien is Laverna enige tijd in kommernis terecht gekomen, maar een groep van nieuwe studenten was zo edelmoedig de naam weer op te pakken en in collectief nieuwe activiteiten ter hand te nemen. Het Haarlemmermeerstation werd al spoedig vaste standplaats. Uit die periode – Pieter van den Broek is er een voorname bezetter van – stamt ook het Lavernalied, bestaande uit de vier inmiddels overbekende woorden. Het meest uitgebreide onderzoek naar de naam en connotaties van Laverna is in diezelfde periode gedaan door Jörn Soerink, en gepubliceerd in WAU @.

Wie, kortom, de historiografenpen ter hand wil nemen, kan zich op diverse bronnen verlaten. Het ligt in de aard van de Laverniones de klassieke geest uit te dragen, en daartoe behoort ook het vastleggen van de geschiedenis. De website waarvan dit verslag een onderdeel is, mag ook als een zeer belangrijke schakel in die vastlegging worden gezien. Vanzelfsprekend hoort ook de orale cultuur bij deze bronnen. Van het in bierdampen gesmoorde gesprek met Ilja Pfeijffer en Michel Buijs, waarin het jonge Lavernabestuur zich op de hoek van het Spui bij het bestuur van haar oude zuster M.F. bekloeg over het gebrek aan traditie bij de net opgerichte vereniging, zijn geen notulen gemaakt, laat staan bewaard. Wel heb ik nog een gebroken glas-met-opschrift ten getuige van een erelidmaatschap – het staat nog ondersteboven in mijn boekenkast.

Diederik Burgersdijk

woensdag 7 juni 2017